BOLLEN

Ieder jaar weer ervaar ik mijzelf als een bol. Gedurende de winterperiode zit ik binnen, het is donker, het voelt als ‘onder de grond’ en ook mijn gedachten gaan vooral over mijn binnenwereld. Alsof alle krachten naar binnen gericht zijn. Ik overleef een beetje en leef als het ware stationair door. Het dieptepunt is meestal in februari. Wat een vreselijke maand! Dan ben ik in staat om dagenlang op de bank videootjes te kijken en opgelucht te zijn als de dag voorbij is. Gelukkig is er werk of sport. Maar komt er ook nog eens een griepje bij, dan is het depressieve hek van de dam. Tegelijk is dat het moment waarop het alweer bijna voorbij is. In maart gaan mijn deur en mijn geest weer open en begint het leven weer te stromen.

 

 

De metafoor van de bol spreekt me wel aan, het voelt als een in zichzelf opgesloten ding, dat weliswaar leeft, maar niet zichtbaar. Het is stil, beweegt niet veel, ziet geen zon, wordt niet gezien door anderen en er is blijkbaar wel wat gaande dat op den duur naar buiten komt en misschien ook nog wel mooi is, maar wat? En hoe? De energie zit onder de grond. De ontwikkeling en de beweging ook. Het gebied is heel beperkt en verborgen. Het is er donker. Tegelijk ook weer niet zo donker dat er sprake is van doodgaan. Sterker nog, misschien is deze geestelijke winterslaap wel goed en zelfs nodig. En het rare is, dat er ondertussen wel allerlei activiteit kan zijn, maar de geest staat stil. Belangrijke beslissingen worden dan –in ieder geval door mij- niet genomen. Ik doe wat gebeuren moet en wacht op wat komen gaat. Belangrijke afspraken worden in die periode ook gemakkelijk uitgesteld. Alsof de ruimte er nog niet voldoende voor is. Alsof ook anderen wachten op het moment dat het weer gaat stromen en er nieuw leven in de brouwerij komt.  Allerlei mails blijven onbeantwoord en ik vraag me af hoe dat kan. Beslissingen blijven uit.

 

Maar dan, geleidelijk aan en ook heel plotseling is het maart. Meer zon en langere dagen. Bollen laten groene piekjes zien boven de grond. Sneeuwklokjes, krokussen. Er is meer kleur in de wereld, alsof de gêne wegvalt. Opeens ook lijken er allerlei dingen te gebeuren. Afspraken gaan door, mensen worden opener en toegankelijker, plannen die lang in de lucht hebben gehangen worden gefiatteerd en gaan door. Binnen zitten is niet leuk meer, want er hangt vrolijkheid en lichte opwinding in de lucht. De griep is definitief overwonnen na wat laatste hoestjes. En toch is het nog even de adem in en niet meteen alles loslaten en erop vertrouwen dat het goed komt, nee, rustig aan. Opeens kan het weer gaan vriezen, of sneeuwen en misschien blijkt dan al die vrolijkheid niet waar. Aarzelend zet de ontwikkeling zich door alsof hij zelf niet begrijpt dat er nu ruimte voor is en het mag.

 

Ook ik ben nog wat voorzichtig. Ik merk vaak de verandering pas na enkele weken echt op. En zodra ik er woorden aan heb gegeven wordt het sterker. Dan kan de deur open en de verwarming voor een groot deel van de dag uit. Ook in mij keert de kracht terug, maak ik sneller contact met mijn creativiteit, word energieker en heb ik meer lef om dingen te ondernemen die ik een maand eerder nog uitgesteld zou hebben. Nieuwe dingen komen voorbij en worden positiever ontvangen. Ik sta er open voor. Ik geniet ervan. Ik heb weer het gevoel dat het altijd zo zal zijn. En pas over een half jaar wordt het misschien anders. Of misschien ook niet en houd ik dit keer dat gevoel vast. Over een jaartje weten we meer….